Schrijf er vier of vijf zinnen over op. Gewoon, dingen die in je opkomen.
b.v. Naar school in de regen.
Ik zou best wel eens onze kat willen zijn.
Lekker niks anders doen dan opgekruld op een kussentje liggen.
Hij hoeft niet in een stinkend regenpak op de fiets naar school. Ik wel.
Schrijf vervolgens de cijfers 1 t/m 8 onder elkaar.
- Zoek nu in je opgeschreven tekst de zin die voor jouw gevoel het belangrijkste is en schrijf die zin drie keer op:
- Eén keer op regel 1, dan op regel 4 en nogmaals op regel 7. (Je mag wat woorden in die zin veranderen, evenals de volgorde van de woorden, zie voorbeeld.)
- Kies vervolgens in je stukje tekst een zinnetje (of deel ervan) dat voor je gevoel het meest bij je eerste zin hoort en schrijf dat op regel 2 en 8. (Ook nu mag je weer wat kleine veranderingen aanbrengen).
- Op regel 3, 5 en 6 schrijf je dan nog drie verschillende zinnen (of delen van zinnen) die allemaal iets met je onderwerp te maken hebben. Dat kunnen zinnetjes uit je oorspronkelijke tekst zijn, maar misschien bedenk je - al doende - wel nieuwe stukjes tekst die je beter vindt passen bij wat er al staat. Maak de zinnetjes niet te lang.
Schrijf je gedicht over waarbij je de cijfers weglaat.
1. O, was ik maar onze kat
2. Lekker opgekruld slapen op een kussen
3. Hij hoeft niet op de fiets door een plensbui
4. O, was ik toch maar onze kat
5. Nooit in een stinkend regenpak
6. En nooit naar school
7. O, als ik toch onze kat was…
8. Lekker opgekruld op een kussen
Geen opmerkingen:
Een reactie posten