vrijdag 25 september 2009

strip wordt gedicht

Het zijn crisistijden
laat je toch niet misleiden
we zullen onze kosten moeten spreiden

Elk van ons moet zijn steentje bijdragen
zonder morren, zonder klagen
er vielen weer veel ontslagen
en binnenkort zijn het weer kerstdagen
 




strip wordt zottezinnengedicht


Elke ochtend blaas ik op de trombone
omdat ik niet kan praten
omdat ik baasje graag blij maak
omdat ik dat graag hoor
omdat ik dan zelf wakker zou worden
omdat het eens iets anders is
omdat miauwen ook gaat tegensteken
omdat alles dan beter klinkt
daarom blaas ik elke ochtend op de trombone


Dichtvorm: zottezinnengedicht

Een zotte-zinnen gedicht kun je op veel manieren maken. Hieronder een stappenplan voor een 'beredeneerde onzinzin'.

  • Bedenk een onzinnige gewoonte die iemand zou kunnen hebben.
  • Maak daarvan een interessante beginzin.
  • Zorg dat die zin in de 'ik vorm' staat.
  • Zorg dat er een tijdsbepaling in voorkomt, b.v. altijd, nooit, vaak, dagelijks, regelmatig, ieder voorjaar, enz. Voorbeeld: Ik zit dagelijks in de koelkast
  • Bedenk vervolgens zeven verrassende redenen waarom je zo iets zou kunnen doen waarbij je zorgt dat elke zin begint met "Omdat". Voorbeeld: Omdat ik mijn hoofd koel wil houden
  • Schrijf die zeven zinnen onder elkaar.
  • Zet tot slot daaronder weer dezelfde zin waarmee je begon, maar nu begin je met "Daarom …"
  • Als voorbeeld : Ik zit dagelijks in de koelkast
    Omdat mijn hoofd anders oververhit wordt
    Omdat ik wil weten of het lampje echt uitgaat
    Omdat ik voetstappen wil maken in de boter
    Omdat dat de enige plaats is waar ze me niet zoeken
    Omdat ik zo lekker in het vriesvak kan skaten
    Omdat ik 'boe' wil roepen als mijn zusje de melk pakt
    Daarom zit ik dagelijks in de koelkast.

strip wordt ABA BAB


 broederlijk delen
elk een stuk 
in plaats van te stelen

heb je geluk
of kan het je allemaal niet veel schelen?
loop toch niet in je ongeluk!


strip wordt AABBA


Een kat en een muis
in hetzelfde huis.
Komen zij overeen?
Blijft de sfeer redelijk sereen?
Volgens mij is hier toch iets niet pluis.

strip wordt doubletgedicht


kater
pater
poter
boter
botel
hotel

Dichtvorm: doubletgedicht

  • Elke dichtregel bestaat uit maar één woord.
  • Het eerste en het laatste woord van het gedicht worden gegeven.
  • Transformeer het eerste woord: je mag er maar één letter aan veranderen. Het moet wel een bestaand woord zijn.
  • Transformeer het tweede woord: je mag er weer maar één letter aan veranderen.
  • Ga steeds zo verder.
  • Zorg dat je bij het laatste gegeven woord uitkomt.

strip wordt letterleengedicht


hongerig
gering, honing
horen hen
gier hing
ring hen
erg

Dichtvorm: letterleengedicht

  • Noteer één lang woord.
  • Maak van de letters uit dit woord zo veel mogelijk andere woorden. Je hoeft niet steeds alle letters te gebruiken. Je mag de letters bij het volgende woord weer gebruiken. Uit b.v. het woord 'vriend' kun je halen: drie, vier, den, nier, ren, ver, rein etc.
  • Rangschik deze woorden tot een gedicht, met of zonder betekenis.
  • Klaar is je letterleengedicht.

strip wordt vrij gedicht


Verschieten,
Ik verschoot mij een bult.
Ben ik nu een dromedaris
of een kameel ?
Weet ik veel.
Nee?
Gelukkig ben ik een kat
dus heb ik levens zat.

donderdag 24 september 2009

strip wordt acrostichon



Gewoon ontspannen
altijd word ik gestoord
rustig lezen, hoort er niet bij
Films vind ik ook leuk
ieder probeert op zijn manier
elk lekker te ontspannen
lekker lui te wezen
Doen jullie mee?

Dichtvorm: Acrostichon

Bij een acrostichon of naamdicht, vormen de eerste letters van elke regel een woord.
Dit woord kan een persoonsnaam zijn, maar kan ook het thema van het gedicht zijn.
 "Het Wilhelmus" is een beroemd voorbeeld van een naamdicht.
  • Bedenk een persoon die, of een onderwerp dat je wilt beschrijven. Neem een niet al te lang woord.
  • Schrijf de letters van het woord vast onder elkaar op. Zorg dat ze opvallen: maak ze b.v. groter, of versier ze.
  • Maak van elke letter een woord, dat met de persoon of het onderwerp te maken heeft. Je kunt natuurlijk per dichtregel ook meerdere woorden schrijven.
bv.:

Felgroen is mijn lievelingskleur

Leuke bruine haren heb ik
En ik heb mooie ogen
Uitstapjes maak ik graag
Reuzeleuk vind ik hockey en tennis
 ==> FLEUR

strip wordt rondeel


 "Ik heb toch zo'n honger" dacht de spin.
Kijkend naar de platte vlieg,
die Garfield net neersloeg.
"Oh, ik heb zo'n honger" dacht de spin
en hij daalde verder af.
Opgepast voor de kat!
"Ik heb nog altijd honger" dacht de spin.
Kwijlend om de platte vlieg.

Dichtvorm: rondeel

Een dichtvorm waarin hele regels herhaald worden. Gewoonlijk telt het rondeel acht regels en dan zijn de regels 1, 4 en 7 aan elkaar gelijk en de regels 2 en 8. Als een rondeel bestaat uit twaalf of dertien regels wordt het rondeau genoemd. Dan zijn meestal de regels 1, 7 en 12 of 13 dezelfde en 2 en 8.



Bedenk een onderwerp waarover je wilt schrijven.
Schrijf er vier of vijf zinnen over op. Gewoon, dingen die in je opkomen.
b.v. Naar school in de regen.
Ik zou best wel eens onze kat willen zijn.
Lekker niks anders doen dan opgekruld op een kussentje liggen.
Hij hoeft niet in een stinkend regenpak op de fiets naar school. Ik wel.

Schrijf vervolgens de cijfers 1 t/m 8 onder elkaar.
  • Zoek nu in je opgeschreven tekst de zin die voor jouw gevoel het belangrijkste is en schrijf die zin drie keer op:
  • Eén keer op regel 1, dan op regel 4 en nogmaals op regel 7. (Je mag wat woorden in die zin veranderen, evenals de volgorde van de woorden, zie voorbeeld.)
  • Kies vervolgens in je stukje tekst een zinnetje (of deel ervan) dat voor je gevoel het meest bij je eerste zin hoort en schrijf dat op regel 2 en 8. (Ook nu mag je weer wat kleine veranderingen aanbrengen).
  • Op regel 3, 5 en 6 schrijf je dan nog drie verschillende zinnen (of delen van zinnen) die allemaal iets met je onderwerp te maken hebben. Dat kunnen zinnetjes uit je oorspronkelijke tekst zijn, maar misschien bedenk je - al doende - wel nieuwe stukjes tekst die je beter vindt passen bij wat er al staat. Maak de zinnetjes niet te lang.

Schrijf je gedicht over waarbij je de cijfers weglaat.


Als voorbeeld :

1. O, was ik maar onze kat
2. Lekker opgekruld slapen op een kussen
3. Hij hoeft niet op de fiets door een plensbui
4. O, was ik toch maar onze kat
5. Nooit in een stinkend regenpak
6. En nooit naar school
7. O, als ik toch onze kat was…
8. Lekker opgekruld op een kussen






Dichtvorm: alfabetgedicht

  • A: Maak één dichtregel over een dier, of voorwerp.
  • B: In de volgende dichtregel kun je bijvoorbeeld iets over de eigenschappen, of kenmerken schrijven, maar daar ben je natuurlijk helemaal vrij in. Probeer de tweede dichtregel op de eerste te laten rijmen: dit heet gepaard rijm. Je kunt natuurlijk ook een ander rijmschema kiezen: bijvoorbeeld dat regel 1+4 en regel 2+3 rijmen: dit heet omarmend rijm. Maar, jouw ABC-gedicht hoeft natuurlijk niet te rijmen.
  • Herhaal de aanwijzingen voor C+D etc.


strip wordt elfje


LUI
die kat
hij zit daar
ik zit hier ook
passief


Dichtvorm: elfje

Een elfje is een gedicht, dat uit elf woorden in vijf regels bestaat. Die elf woorden zijn als volgt verdeeld over de dichtregels:


  • Regel 1: één woord: een kleur, of eigenschap.
  • Regel 2: twee woorden: iets dat deze kleur / eigenschap heeft (een voorwerp, of een persoon).
  • Regel 3: drie woorden: geven een nadere toelichting op het iets (voorwerp / persoon), d.w.z. waar, of wat is, of wat doet het iets? Begin deze regel met een persoonlijk voornaamwoord, bijvoorbeeld 'hij', 'zij',
  • Regel 4: vier woorden: een regel over je zelf in verband met het iets, d.w.z. wat doe ik? Begin deze regel met 'ik', 'of 'je'.
  • Regel 5: één slotwoord.


strip wordt limerick


Er was eens een zon die scheen zo fel
die zon die maakt het leven een echte hel
het was echt veel te warm,
een airco? nee, ik was te arm
als ik flauw val, haal dan snel mijn beademingstoestel

Dichtvorm: de llimerick

De limerick is een gedichtje genoemd naar de Ierse plaats Limerick.

  •  Het versje bestaat uit vijf dichtregels.
  • Het rijmschema is aabba.
  • Regel 1, 2 en 5 zijn even lang: zij hebben elk drie accenten.
  • Regel 3 en 4 zijn korter: zij hebben elk twee accenten.
  • Het versje beschrijft een grappige, soms pikante situatie.
  • De eerste regel eindigt vaak op een plaatsnaam.
  • De laatste regel heeft vaak een verrassende wending (pointe).

strip wordt Haiku



Het haar valt langzaam.
Is de zomer reeds voorbij?
De herfst begint.

Dichtvorm: Haiku

Haiku, een van oorsprong Japans, meditatief natuurgedicht:

Een haiku bestaat uit 17 lettergrepen, die verdeeld zijn over 3 dichtregels:

Regel 1: vijf lettergrepen.
Regel 2: zeven lettergrepen.
Regel 3: vijf lettergrepen.

In maar drie regels, die in één ademtocht worden uitgesproken, moet alles uiterst beknopt gezegd worden
Meestal gaat het om een waarneming in de natuur en de stemming die dat oproept.

Bedenk een woord uit de natuur: b.v. bloem, dier, landschap, seizoen.
Bedenk een tegenstelling die het levend wezen verenigd (b.v. fluwelen pootjes / jacht op vogels).

Als voorbeeld:


Matsuo Bashô (1644-1694)
(vertaling uit het Japans)

eerste sneeuwvlokjes
het blad van een herfsttijloos
buigt haast onmerkbaar

Dichtvorm: diamant

Je maakt een gedicht dat de vorm heeft van een diamant:

  • Regel 1: één zelfstandig naamwoord.
  • Regel 2: twee bijvoeglijke naamwoorden die het woord uit dichtregel 1 beschrijven.
  • Regel 3: drie werkwoorden die eindigen op -ing, of -ed (engels), of -ant (frans), of -en, of -et (duits).
  • Regel 4: vier zelfstandige naamwoorden die te maken hebben met het onderwerp.

 De laatste twee zelfstandige naamwoorden zijn anders of vormen een contrast met hoe je jouw onderwerp in de eerste 4 dichtregels hebt beschreven.
  •  Regel 5: drie werkwoordsvormen die eindigen op -ing, of -ed (engels), of -ant (frans), of -en, of -et (duits) en die de verandering of de ontwikkeling die het onderwerp ondergaat beschrijven.
  • Regel 6: twee bijvoeglijke naamwoorden die nog dieper ingaan op het andere aspect van het onderwerp.
  • Regel 7: één zelfstandig naamwoord dat een contrast vormt met het woord in dichtregel 1.



Als voorbeeld:



day
light, true
open, wake, dawn
day-dream, sun, moon, dream
dusk, sleeping, close
mysterious, dark
night






het zakdoekje

Daarnet ben ik mijn zakdoekje verloren

K stond daar helemaal bovenop die toren
Te wuiven naar het publiek
Maar toen voelde ik mij plots zo ziek

Ik zette een stap opzij,
En mistrapte mij op die grote kei.
Aauw, en ik greep naar mijn voet

Daar ging mijn zakdoekje,
het viel naar beneden, het volk tegemoet.

lekker kort

In de verte flikkert het vlammetje
Roos, rood,geel en oranje
Het flikkert in alle kleurtjes

Het vlammetje licht heel de hemel op

potten

De koffiekan en theepot,
werden helemaal zot.

De ene zat zonder koffie,
de andere zonder thee.

Het zat hen echt niet mee.

Toen kwam er een klein meisje af.
Zij schonk de koffie op, al was hij wel heel straf.

Daarna schonk ze thee
en iedereen dronk vrolijk mee.